Tongeren
tongeren

Tongeren – Atuatuca Tungrorum



Tongeren werd gesticht rond 15v Christus. De stad kreeg de naam Atuatuca Tungrorum , verwijzend naar de stam van de Tungri die door Caesar naar hier was geloodst. De Romeinen duiken echter al vroeger op in deze streek. Tussen 58 en 50 voor Christus verovert Julius Caesar heel Gallië. Hij ondervindt niet al te veel weerstand, maar niet iedereen wil dat Romeinse geweld over zich heen laten gaan. In de winter van 54 voor Christus slaat onze Ambiorix, koning van de Eburonen , terug. Bij een verrassingsaanval werd meer dan een volledig legioen uitgeroeid.

Na de vernieling van de stad tijdens de Bataafse opstand (70 na Christus) groeide Tongeren uit, volgens het typische schaakbordpatroon , tot een grote Romeinse stad. In de tweede eeuw lag er een meer dan 4,5 kilometer lange verdedigingsmuur omheen de stad en strekte het grondgebied binnen die muren zich een heel stuk verder uit dan tijdens de middeleeuwen het geval was.
Er werd een aquaduct aangelegd om de watervoorziening te regelen. Badhuizen konden op die manier ook groter worden. Met uitzicht op het gebied van de Pliniusfontein werd een grote tempel gebouwd. Er bevonden zich grote graanopslagplaatsen. Er werd een basilica gebouwd, enzovoort.
Ondergronds is de stad zo een waar archeologisch paradijs. Maar ook bovengronds zijn er nog resten te zien.

Er kwam echter een ommekeer op het einde van de derde eeuw. Het Romeinse Rijk kwam stilaan in verval. Aan de grenzen stonden Germaanse stammen die mee wilden profiteren van de rijkdommen van het keizerrijk. Invallen die eerst nog maar sporadisch plaatsvonden, groeiden tot een volksverhuizing.
Rond 350 begon de toestand kritiek te worden en de omwalling werd ingekort om ze beter verdedigbaar te maken.
Vanaf 406 kwamen Germanen massaal over de bevroren Rijn heen. En niet veel later moet ook Tongeren veroverd zijn geworden.
Toch betekende dit niet het einde van de stad. Ondertussen was er de zetel van een bisdom gevestigd en belangrijke Frankische families moeten het gebied bewoond hebben.

Vanaf de verspreiding van het Christendom in West-Europa heeft ook Tongeren, een belangrijke rol gespeeld. Al vanaf de tweede eeuw duiken er christelijke symbolen op in de omgeving. De legende vertelt dat later Sint-Maternus Tongeren hoofdplaats maakte van het gelijknamige bisdom dat grote stukken van België en Nederland omvatte. Die zetel zou in de vierde eeuw worden overgebracht naar Maastricht en in de achtste eeuw naar Luik, waar later dan weer het prins-bisdom Luik ontstond.
In diezelfde achtste eeuw ontstond waarschijnlijk ook het OLV-klooster waar nu de site van de OLV-basiliek is.
Vanaf de veertiende eeuw duiken er ook andere kloosters op in Tongeren met een explosieve groei in de zeventiende eeuw. Toen waren er in de binnenstad niet minder dan tien kloosters. Die werden allemaal na de Franse Revolutie opgeheven, maar in het begin van de twintigste eeuw waren er opnieuw meer dan tien kloosters in het stadscentrum.

De geschreven bronnen gaan terug tot de twaalfde eeuw. Van toen weten we dat Tongeren in deze streek een zeer welvarende stad was, en na Luik en Maastricht wel de meest welvarende stad in de wijdde omgeving. De Frans-Hollandse Oorlog (1672-1678) zorgde echter voor een zware terugval in de geschiedenis van de stad. Meer dan 600 van de bijna 900 huizen werden in de as gelegd en het duurde meer dan 150 jaar alvorens het oude inwonersaantal terug werd bereikt. De Franse Revolutie had dan weer gevolgen voor de vele Tongerse kloosters waarvan het merendeel werd afgebroken . Enkel het Agnetenklooster werd grotendeels bewaard.

Toch overleefden verschillende middeleeuwse gebouwen de verschrikkelijke ramp van 1677.
Meest bekend is de OLV-kerk . De OLV-kerk, sinds tachtig jaar de OLV-basiliek, is heel belangrijk geweest voor Tongeren.

Een ander belangrijk relict uit de tijd voor de Grote Brand van Tongeren is het begijnhof. Al voor 1243 bestond het begijnhof. In 1257 verhuisde het naar de huidige locatie binnen de stadsmuren. Omheen hun terrein plaatsten de begijnen een omheining en in het midden werden gemeenschappelijke gebouwen, zoals de kerk, gebouwd. Tijdens het Frans bewind werd in 1796 het begijnhof opgeheven. De huisjes werden geleidelijk aan verkocht aan particulieren en het begijnhof – door de industriële activiteiten aan de nabijgelegen Jeker – groeide uit tot een arbeiderswijk. Pas vanaf de jaren 1980, met de bescherming van veel huizen, ontstond er een dynamiek om de panden te restaureren. Nu is het één van de meest bijzondere stadswijken, sinds enkele jaren bovendien erkend als UNESCO-werelderfgoed.

Vandaag de dag is Tongeren de plek bij uitstek voor cultuurbeleving en het ontdekken van meer dan 2.000 jaar erfgoed . Belangrijke restauratieprojecten hebben hiertoe bijgedragen. Relicten zoals het Agnetenklooster, de Ursulakapel met Infirmerie, het Munthuis, het Julianuscomplex, zijn maar enkele voorbeelden. En helemaal in de geest van de huidige stadsvernieuwingsprojecten , werd ook recent het vernieuwde Provinciaal Gallo-Romeins Museum geopend. In de toekomst zullen ook de ondergrond van de basiliek met de Vrijthofsite en de schatkamer opengesteld of vernieuwd worden.

tongeren

Beelden



tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren tongeren